Nieuws
- PvdA-fractie bezorgd om verlies woningcorporaties door beleggingen
- Job Cohen bezoekt Utrecht
- PvdA organiseert bijeenkomst Onderwijs in Overvecht
- PvdA betreurt afblazen openbaar raadsdebat
- PvdA wil terugkeer stadsstrand; motie raadsbreed aangenomen!
- Economische Agenda Utrecht 2012-2018: een goede aanzet
- PvdA steunt nieuwe aanpak criminele jeugd
- Ruimte voor initiatief op braakliggende terreinen
- PvdA steunt inwoners City Campus Max in wens voor winkels
- Waar vindt u de PvdA-fractie zoal? (26-01 t/m 05-02)
- Oproep: Enthousiaste vrijwilligers gezocht voor het Permanente Campagneteam!
Nieuwsbrief
Nieuwsbericht
Jonge schouders, oude lasten? Verslag van een debat over generatiesolidariteit
Di 5 Mei 2009“Ik durf te voorspellen dat de AOW-plannen van dit kabinet tot de grootste generatieoorlog gaan leiden sinds de tijd van Provo en de bezetting van het Maagdenhuis.” Aldus Max van Weezel in Vrij Nederland. Nu het slecht gaat met de economie en de overheid ingrijpende maatregelen neemt, dringt de vraag zich op: wie gaat de rekening betalen?
Over deze vraag bogen zich op uitnodiging van Dynamiek op 21 april Tweede Kamerlid voor de PvdA Mei Li Vos, Hoogleraar Economie aan de UvA Sweder van Wijnbergen, vice-voorzitter FNV Jong Jamila Aanzi en Jaap Roodenburg van de Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid (LAO) in de PvdA.
Een discussie over het verhogen van de AOW-leeftijd, het fiscaliseren van de AOW, pensioenregelingen, ontslagrecht en inkomensbeleid... en het verhogen van de AOW-leeftijd. Mei Li Vos tekende achteraf dan ook op onder de titel ‘67’: ‘Dat zo'n bescheiden en nietszeggend getalletje nog eens in het centrum van de aandacht kon staan.’
Verrassend: de vertegenwoordigers van jong (FNV jong) en oud (LAO) waren het met elkaar eens. De AOW-leeftijd mag niet omhoog, mensen mogen niet gedwongen worden langer door te werken: de uittredingsleeftijd kan beter geflexibiliseerd worden, zie eerst maar eens de 55+ ers aan het werk te houden. Vos en Van Wijnbergen waren het ook met elkaar eens: het verhogen (of flexibiliseren) van de AOW-leeftijd is nodig om de kosten van vergrijzing, ontgroening en onze stijgende levensverwachting op te vangen. Van Wijnbergen: ‘We hebben er vijf jaar bijgekregen, waarom moeten die allemaal in vrije tijd gaan zitten?’
Over één ding was iedereen het eens: mensen die eerder “op” zijn (de inmiddels beroemde stratenmaker), moeten eerder kunnen stoppen. Maar stratenmakers van 65 zijn ook vaak al op. Mei Li Vos meent dat mensen die op zijn, arbeidsongeschikt zijn en dus via de WIA geholpen zouden moeten worden. Ze stelde daarnaast dat het verhogen van de AOW-leeftijd ook leidt tot een hogere leeftijd van vervroegd uittreden, waarmee dat doel ook meteen bereikt zou zijn.
FNV wil de AOW liever fiscaliseren dan de leeftijd verhogen. Kan ook, meenden van Wijnbergen en Vos, alleen jammer dat het voorstel van de FNV hiertoe ‘asociaal’ is: juist de armere ouderen zouden er het meest op achteruitgaan. Van Wijnbergen pleitte dan ook voor het heffen van belasting over het hele inkomen boven het AOW-minimum. Op die manier dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. En daarover gesproken: het maximum van €32.000 waarover iedere werknemer AOW-premie betaald zou opgehoogd moeten worden.
Maar ouderen leven (meestal) niet alleen van de AOW. Ook de pensioenpremies, pensioensaanspraken en pensioenfondsen zijn deze dagen volop in het nieuws. Van Wijnbergen over ‘de blinde ideologie waarmee het kabinet tekeergaat in pensioensregelingen’: de huidige dekkingsgraad van de pensioenfondsen heeft geen enkele voorspellende waarde voor de werkelijke solvabiliteit over een paar jaar, aangezien deze gekoppeld is aan de rentestand. De rente is nu extreem laag, maar zal dat niet blijven. Het vermogen van de pensioenfondsen zal dan vanzelf weer stijgen. Door nu in te grijpen veroorzaakt de overheid twee problemen: pensioenfondsen worden gedwongen aandelen te dumpen, wat weer koersdalingen tot gevolg heeft, en door de pensioenpremies te verhogen hebben werknemers minder te besteden, wat ook weer de recessie versterkt. De overheid zou er dus beter aan doen eventjes geduld te hebben.
De avond ging niet alleen over wat er gebeurt als mensen stoppen met werken. Ook de huidige situatie op de arbeidsmarkt levert stof voor discussie op. De omzetcijfers van veel bedrijven dalen dramatisch, massaontslagen worden aan de lopende band aangekondigd en de medewerkers van het UWV maken nu al overuren. De werknemers die nu als eerste worden ontslagen zijn de mensen met een tijdelijk contract, vaak jongeren. Bij ontslag kosten zij geen cent, terwijl het ontslag van oudere werknemers veel duurder is. Bij het bepalen van de hoogte van de ontslagvergoeding tellen immers leeftijd en het aantal dienstjaren zwaar mee. Alleen gebaseerd op leeftijd is het ontslaan van werknemers jonger dan 35 jaar al vier maal zo goedkoop als het ontslaan van werknemers ouder dan 55. Naast leeftijd en het aantal dienstjaren speelt ook het salaris een rol bij de ontslagvergoeding aangezien er wordt gerekend met het laatst verdiende loon. Is het dan niet beter de salarispiek in het midden van de carrière te leggen? Dit verandert niet het prijskaartje van een ontslag, maar is ook rechtvaardiger: de jonge werknemer is vaak productiever. Maar Sweder van Wijnbergen vond het juist goed dat ouderen bij ontslag een steviger ‘rugzakje’ meekrijgen – zij komen moeilijker aan een nieuwe baan en moeten het dus langer uit kunnen zingen. Ook voor versoepeling van het ontslagrecht was geen van de sprekers te porren.
Ten slotte rees de vraag: “Moet de regering eigenlijk wel met de vakbonden overleggen over deze kwesties?” De vakbonden vertegenwoordigen slechts 20% van de werknemers. Maar belangrijker, deze 20% is niet representatief voor alle werknemers: vakbondsleden zijn veelal oudere, lager opgeleide, autochtone, mannelijke werknemers. Maar beter iets dan niets: het is goed dat de overheid draagvlak probeert de creëren, aldus Van Wijnbergen en Vos. Dit voorkomt dat vakbonden, zoals in Frankrijk of Italië, om de haverklap het openbare leven stilleggen. Jamila Aanzi vond 20% juist heel veel en riep jongeren op lid te worden als ze zo nodig inspraak willen. Iemand in het publiek vond dat als jongeren te gierig zijn om contributie te betalen niet moeten klagen over te weinig inspraak. Maar de aanwezige jongeren, allen niet te gierig om contributie te betalen aan een politieke partij, zijn geen vakbondslid omdat de vakbond hun mening niet vertegenwoordigt. Volgens de sprekers zullen zij zich dan op andere manieren moeten organiseren, en zou ook voor hen een plekje aan de onderhandelingstafel moeten vrijgemaakt moeten worden.
Hiermee eindigde de discussie. Als jongeren vinden dat de rekening teveel bij hun neergelegd wordt, moeten ze zorgen dat ze erover mee kunnen praten. De Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd begon ooit met de woorden ‘No taxation without representation!’
