Nieuwsbericht

'De goeien zetten we uit en de fouten kunnen blijven'

Wo 18 Feb 2004

Gezinnen met volledig geïntegreerde kinderen die het land uitgezet worden. Acties van kerken, scholen en buurtbewoners om dat te voorkomen. En tegelijkertijd meer overlast van criminele illegalen. Dat zijn volgens wethouder Spekman de gevolgen waar Utrecht mee te maken krijgt, nu de Tweede Kamer akkoord is gegaan met het asielzoekersbeleid van minister Verdonk.
Tekst Jos van Sambeek

"Geef die gezinnen, waar niemand last van heeft, een verblijfsvergunning en pak de mensen die de boel verzieken aan". Stelt Spekman. Maar volgens de wethouder is de Haagse politiek niet in staat gebleken om voor een dergelijke aanpak te kiezen. "Ze laten zich niet leiden door de praktijk maar door politieke compromissen. Als je vanuit de praktijk handelt dan leg je de prioriteit bij dat deel van de groep asielzoekers dat niet deugt. Als die in de illegaliteit belanden krijg je pas echt last. Deze foute types moet je gewoon op een vliegtuig naar het land van herkomst zetten. Als mensen crimineel zijn vind ik het best om daar heel hard in te zijn. Maar over zo’n aanpak wordt alleen nog maar gepraat."

Spekman vreest met name voor een groep Somaliërs die niet terug kan, door de overheid beschouwd wordt als 'met onbekende bestemming vertrokken', en zich op straat met 'overlevingscriminaliteit' staande zal proberen te houden. "Utrecht heeft een grote aantrekkingskracht op hen omdat hier al veel Somaliërs zijn. Dat maakt de groep van minimaal 3250 illegalen die Utrecht al telt alleen maar groter."

Overigens staat voor Spekman het vertrek van grote aantallen asielzoekers niet ter discussie. "Het overgrote deel van de 26.000 die Verdonk weg wil sturen kan terug als ambassades meewerken en moet ook terug, want anders is het echt de dood in de pot van het asielzoekersbeleid. En het overgrote deel van die mensen werkt ook mee bij een juiste benadering. Die kiezen niet voor een onzeker bestaan als illegaal."

Degenen die wat Spekman betreft mogen blijven zijn in ieder geval gezinnen met kinderen die onder de oude asielzoekerswet van voor 2000 vallen. "Die wonen hier al heel lang, hebben hier geboren kinderen die het Nederlands perfect beheersen en niet de taal van het land van hun ouders. Ze willen vaak wel terug maar kunnen niet omdat ze opgescheept zijn met een onmogelijke regeling. Als hun ambassade weigert mee te werken, dan moeten ze het proberen in een buurland of, als ze elders in de wereld een familielid hebben, in dat land. Deze mensen moeten zelf bewijzen dat ze alles geprobeerd hebben. Dat is in de praktijk bijna niet te doen. Er zijn de afgelopen drie jaar negen asielzoekers, drie per jaar, van de vele tienduizenden geweest die het gelukt is. Dat is een te verwaarlozen aantal en aan dat beleid wordt vastgehouden! Minister Verdonk zal vaststellen dat zulke mensen niet hebben meegewerkt, maar mag ze niet uitzetten omdat ze geen papieren hebben en dus belanden ze, na een periode in een uitzetcentrum, op straat in de illegaliteit. Met onbekende bestemming vertrokken heet dat dan. En dat gebeurt in tachtig procent van de gevallen. Waarom draait de minister het niet om? Dit beleid kost miljoenen, zorg er dan voor dat je in tachtig procent van de gevallen wél weet waar de mensen blijven. Maar nee, ze sluit haar ogen want dan zie je het probleem niet."

Bovendien ergert Spekman zich aan uitspraken van Verdonk over asielzoekerskinderen. "Ze zegt dat een kind geen ticket mag zijn om hier te mogen blijven. Dat kan je wel zeggen en misschien valt die ouders wel van alles te verwijten, maar dit doe je toch niet over de rug van die kinderen? Bovendien is er een nieuwe vreemdelingenwet en die is heel streng. Er komen nauwelijks meer vluchtelingen binnen. Dus hoe kan je dan bang zijn voor een aanzuigende werking, als je die mensen hier laat?"

Schrijnende gevallen

Van de 2200 schrijnende gevallen, waar minister Verdonk een uitzondering voor wil maken, komt er niet één uit Utrecht. En ook dat gaat er bij Spekman niet in. Exacte aantallen kan hij niet noemen, maar volgens hem telt Utrecht er minstens enkele tientallen, waarvan een deel al in de noodopvang zit. Het zijn mensen, die nog wel legaal in het land zijn, maar geen aanspraak meer kunnen maken op de reguliere opvang. Spekman is dan ook heel blij met de inzet van veel Utrechters, die vaak vanuit hun kerk uitgeprocedeerde asielzoekers de helpende hand bieden. Hij noemt een voorbeeld van een vrouw uit Somalië, die zonder de hulp van vrijwilligers met drie kinderen op straat zou zijn beland. "Ze moest bewijzen dat ze niet naar Somalië of een van de buurlanden terug kon. Ze heeft uiteindelijk wel een verblijfsvergunning gekregen, maar was al wel met drie kinderen op straat gezet, terwijl ze officieel legaal in Nederland verbleef. Ik vind het niet van de wereld dat zo iets kan in dit land."

Actie

Verder staat voor Spekman vast dat Utrechters in actie komen als de uitzettingen deze zomer op gang komen. "Ik weet zeker dat als kinderen, die hier zijn geboren en getogen, die echte Utrechters zijn, als die van hun school worden afgeplukt, dat dan onrust ontstaat. Nu zie je dat alleen nog op het platteland, want daar is geen noodopvang is, maar hier krijg je dat ook."

Utrecht 180204 © Ons Utrecht