Nieuwsbericht

Voor de goede zaak

Za 8 Nov 2003

Staf Depla (43), lid van de Tweede Kamer voor de PvdA, legt zijn oor graag te luister bij 'gewone Utrechters'. Daartoe heeft hij ook de wijken Ondiep en Overvecht 'geadopteerd'.
Tekst Sander van Walsum

Twee jaar geleden, op kerstavond nota bene, werd Staf Depla - lid van de Tweede Kamer voor de PvdA - ter hoogte van het Spoorwegmuseum aangereden door een onvoorzichtige automobilist. Zodra hij zijn gedachten weer kon ordenen, schoot het wetsvoorstel tegen de aanpak van speculanten door zijn hoofd: als ik dát nu nog maar aanvaard krijg. Hij moest even geduld oefenen, want met de revalidatie van de heupfractuur die hij zojuist bleek te hebben opgelopen, waren nog vele weken gemoeid. Maar het tekent de grote betrokkenheid van Depla bij zijn werk als volksvertegenwoordiger.

'Je moet je elke dag schrap zetten tegen de aanzuigende werking van de politiek', erkent Depla. En dat lukt niet altijd even goed. Zijn zoontje was in 2000, toen Depla zijn debuut als Kamerlid beleefde, nog aanwezig geweest bij de installatie. De volgende dag had hij hiervan uitvoerig verslag gedaan in de klas. Toen hij echter merkte dat het Kamerlidmaatschap veel tijd onttrekt aan andere bezigheden, kwam zijn positieve betrokkenheid enigszins onder druk te staan. En zijn vader? Die probeert het midden tussen beide levensdomeinen te bewaren.

Maar dat valt niet mee. Want Depla wil graag winnen. Voor de goede zaak, voegt hij daar meteen aan toe. En met inachtneming van de spelregels en de prettige omgangsvormen. Maar hij wil wél winnen. Zo beschouwd is hij naar eigen zeggen zelfs 'fanatiek als de neten'. Hij kenschetst de manier waarop hij waterpolo speelt: van zijn techniek moet hij het niet in de eerste plaats hebben. Wel van zijn inzet en uithoudingsvermogen. En die kwaliteiten komen hem ook als politicus van pas.

Zijn temperament verzet zich dan ook tegen de oppositierol waartoe zijn partij vooralsnog is veroordeeld. Natuurlijk: ook wanneer je geen regeringsverantwoordelijkheid draagt, kun je de stand van het land beïnvloeden. Maar het echte werk gebeurt toch aan het stuur. En dát is de plaats die elke politicus voor zichzelf in gedachten zou moeten hebben. Depla deelt dan ook niet de gangbare opvatting dat het louterend is om ook af en toe eens in de oppositiebankjes plaats te nemen. 'Dat is de ontspannen VVD-benadering. Maar ikzelf zit zo niet in elkaar.'

Dat heeft ook met zijn achtergrond te maken. Depla is opgegroeid in de traditie van dienstbaarheid aan de samenleving. Hij wil daarmee niet te veel onbaatzuchtigheid suggereren, want er speelt ook ordinaire geldingsdrang mee. Maar hij is in elk geval vertrouwd met de opvatting dat je als burger, zeker als getalenteerd burger, iets aan de maatschappij moet willen toevoegen.

Zijn grootvader van moeders kant, F. Teulings, was (namens de KVP) minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet-Drees. Zijn vader was politiek geëngageerd advocaat, en zijn moeder studeerde - tot zij voor haar zieke moeder ging zorgen - politicologie. Er werd thuis, in Eindhoven, veel over politiek gesproken. En de talrijke posters die doorgaans op de vensters waren geplakt, getuigden van een brede belangstelling, uiteenlopende opvattingen, en een grote tolerantie in huize Depla.

Net als zijn ouders en (vijf) broers en zussen, was Staf wars van radicalisme. 'Extreme opvattingen zijn wezensvreemd aan Nederland', zegt Depla, 'en ze zijn maar hoogst zelden functioneel.' Zijn persoonlijke toppen van activisme bereikte hij tijdens zijn studie cultuurtechniek in Wageningen. In deze periode nam hij deel aan het kraken van een pand in Rhenen, of all places, en ageerde hij tegen de kerncentrale Dodewaard. Tot matpartijen met de politie is het niet gekomen, want tijdens de meest verhitte anti-Dodewaard-demonstratie zat hij aan het sterfbed van zijn vader. 'Het is maar goed dat ik doodga', had die gezegd. 'Anders was je daar naartoe gegaan.'

Hij was ook aanwezig bij de massale betoging tegen de plaatsing van kruisraketten, in Amsterdam. 'Eigenlijk was dat een manifestatie van ontzettend veel optimisme', zegt Depla. 'Al die mensen gingen de straat op omdat zij meenden een onwenselijke situatie te kunnen wijzigen.'

Dat elan is nu met het blote oog nauwelijks nog waarneembaar. De huidige constellatie is in vele opzichten te verkiezen boven die van de vroege jaren tachtig, maar tezelfdertijd heerst er veel meer somberheid dan toen, en is er een conservatief radicalisme in zwang geraakt. En vooral dat laatste baart Depla zorgen. Niet alleen omdat het niet spoort met de verhoudingen waaraan wij in dit goede land gewend waren, maar ook omdat de politiek debet is aan het ontstaan van dit klimaat.

'De PvdA heeft de onvrede aan de onderkant van de samenleving te lang miskend. Wat heet: wij hingen het naïeve idee aan dat het alleen maar leuk is om een multiculturele samenleving te hebben. Dat standpunt wordt nog wel eens vertolkt binnen GroenLinks. Zo vertelde mijn collega-Kamerlid Kees Vendrik onlangs nog dat het een feest is om in Amsterdam Oud-West te wonen vanwege al die leuke allochtone winkeltjes Naam: Staf Depla. Geboren: op 17 juni 1960 in Eindhoven. Academische opleiding: cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen (1978-1986). Kamerlid: van 4 oktober 2000 tot 23 mei 2002, en vanaf 30 januari 2003. Kamercommissies: Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Was: Secretaris Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt van 1987 tot 1991, secretaris ad interim Nederlandse Federatie van Plattelandsjongeren Organisaties, van 1990 tot 1991.

daar. Hij kan het zich misschien veroorloven om zich aan de schaduwkanten van de multiculturele samenleving te onttrekken, maar dat is natuurlijk niet voor iederéén weggelegd.'

Juist de PvdA, die de 'berichten uit de samenleving' zo lang heeft genegeerd, moet zich nu manifesteren als de volkspartij die ze eigenlijk is. 'De politiek moet weer gaan over de problemen van mensen in plaats van de problemen van bestuurders', zegt Depla. 'We moeten de onderstroom in de samenleving heel serieus nemen. Ook als datgene wat we zien ons niet bevalt. Dat is niet: u vraagt, wij draaien. Dat is problemen oplossen vanuit mijn opvattingen over een sterke en sociale samenleving. We moeten als het ware plaatjes draaien waar de mensen niet om vragen, maar die ze wel willen horen. '

Daarop is de Haagse politiek nog onvoldoende ingesteld, meent Depla. 'In Den Haag leven we nog van gemiddelden. Als in een café de ene helft van de bezoekers de andere helft besteelt, is er volgens Den Haag niets aan de hand omdat de aanwezigen er gemiddeld niet op achteruit zijn gegaan. Hiermee wordt het echte leven natuurlijk miskend.'

Om die voeling niet kwijt te raken, onderhoudt Depla intensieve contacten met de Utrechtse samenleving. Hij afficheert zich nadrukkelijk als Utrechts Kamerlid. Zijn speciale belangstelling gaat uit naar Overvecht en Ondiep: de wijken die hij heeft 'geadopteerd'. Dit houdt in dat hij aanspreekbaar is voor de bewoners, en hun belangen behartigt. Als lid van de Kamercommissie Volkshuisvesting kan hij zich bovendien 'op wijkniveau' vergewissen van de weerslag van 'Haags beleid'.

Om inhoud te kunnen geven aan deze rol, probeert hij goed naar de bewoners te luisteren. 'Je hoort vaak zeggen dat je naar feesten en partijen moet om de maatschappelijke sentimenten te kunnen peilen. Hierop lijkt mij wel wat af te dingen. Op feesten en partijen kom je immers vooral soulmates en lotgenoten tegen. Mensen, kortom, wier opvattingen je al wel zo'n beetje kent.'

Wat dat betreft, wordt hij meer verrast door opmerkingen die hij op het schoolplein opvangt, of in de kleedkamer - na het waterpolo. Depla heeft verschillende formele en informele klankbordgroepjes om zich heen verzameld. Een van de belangrijkste is het panel waarin overwegend 'gewone Utrechters' zitting hebben.

Er wordt veel gekankerd op straat, geeft Depla toe. En tijdens wijkbezoeken heeft hij niet altijd zin om daarnaar te luisteren. Maar telkens komt hij weer tot de conclusie dat de kankeraars wel degelijk iets te melden hebben. 'Die mensen zijn namelijk niet gek, weet je. Ze zijn echt niet blind voor de realiteit, en ze klagen echt niet voor hun lol. Als ik tijdens zo'n panel van drie mensen hoor dat zij de stad hebben verlaten omdat zij het er niet meer prettig vonden, dan moet dat natuurlijk wel te denken geven.'

Het is Depla niet ontgaan dat ook politici van andere partijen 'de buurt' intrekken. 'In jullie krant las ik onlangs nog het verslag van het bezoek van twee VVD'ers aan Lombok. Albert van den Bosch heeft kennelijk ook het licht gezien. Maar zijn uitspraken vond ik wel van een bedenkelijk niveau. Alleen zijn vergelijking met Rotterdam gaat al volkomen mank. Wij staan er in Utrecht nog altijd tien keer beter voor.'

Nog meer moeite heeft Depla met al die denkers en politici die met elkaar wedijveren in radicalisme bij de bestrijding van wat Depla 'de sociale kwestie' noemt. 'Voor de leefbaarheid van onze steden is een nieuw offensief nodig. Te vaak worden alle vormen van overlast op een grote hoop gegooid. Terwijl het natuurlijk nog wel wat uitmaakt of de overlast is veroorzaakt door een onverbeterlijke klootzak of door een dakloze. Je moet alle vormen van overlast serieus nemen, zonder ze over één kam te scheren. De kern is dat we een pluim uitdelen aan al die gewone, aardige mensen die er elke dag weer het beste van maken, en hard optreden tegen mensen die de boel verzieken.'

Zijn boodschap is betrekkelijk simpel: 'De wijk moet meer zijn dan een passantenverblijf. Het moet fijn zijn om er te wonen en om er te blijven wonen.' Het is geen groots en meeslepend parool, geeft hij toe. Maar het moet de ontgoochelde stedeling als muziek in de oren klinken.

Utrecht 081103 © de Volkskrant