Vragen over bodemgesteldheid bij nieuwbouwlocaties

Do 14 Mei 2009

Voordat bouwprojecten in een gemeente van start gaan moet aangetoond zijn dat de bouwgrond niet vervuild is. Dat gebeurt via een bodemrapport van een bodemadviesbureau. In de Cobouw van 09/05 staat dat bodemadviesbureau Bodemstaete duizenden valse rapporten heeft uitgegeven. Dit wordt bevestigt door de VROM-inspectie.

In hetzelfde artikel bevestigt de VROM-inspectie dat de valse rapporten van Bodemstaete ook een aantal nieuwbouwlocaties betreffen. Het is onduidelijk om welke projecten het gaat, omdat de gegevens van het verdachte adviesbureau onderdeel zijn van een strafrechtelijk onderzoek en dus niet openbaar zijn. Hiermee is onduidelijk of burgers op vervuilde grond wonen.

Ook is in het artikel te lezen dat naast Bodemstaete, een ander bodemadviesbureau is geschorst vanwege vermeende fraude.

Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft de PvdA navraag gedaan of de gemeente Utrecht gebruik heeft gemaakt van gegevens van Bodemstate. Hieruit blijkt dat in een aantal gevallen gebruik is gemaakt van de gegevens van dit bodemadviesbureau.

De PvdA heeft daarom de volgende vragen aan het college gesteld:

1) In hoeveel gevallen is gebruik gemaakt van gegevens van bureau Bodemstaete?

2) Kan het college aangeven of, en in hoeveel gevallen hier sprake is van valse rapporten?

3) Indien niet bekend is om hoeveel gevallen het gaat, wat gaat het college doen om dit duidelijk te krijgen?

4) Is ook van een ander bodemadviesbureau bekend dat rapporten niet op de juiste manier tot stand zijn gekomen?

5) Als er sprake is van valse rapporten om welke locaties gaat het dan en is er dan mogelijk sprake van bodemvervuiling? En is er zicht op eventuele risico’s voor de gezondheid van de bewoners?

6) Zijn bewoners die het mogelijk aangaat op de hoogte van deze situatie?

7) Indien er sprake is van bodemverontreiniging neemt het college dan aanvullende maatregelen zoals extra bodemonderzoek en eventueel gevolgd door acties zoals bodemreiniging?

8) Is er zicht op de verantwoordelijkheidstoedeling in deze kwestie? En de wijze waarop eventuele extra kosten zullen worden verhaald?

9) Is het college van plan, gezien het feit dat deze situatie zich elders in het land ook voordoet, om met VROM-inspectie contact op te nemen om meer duidelijkheid te krijgen en eventueel gecoördineerd actie te ondernemen?


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Karin Monnink, 06-38742499 of Bart Beerlage, 06-21893757.